Taal

 

Voor het leren van taal is het van belang dat de spraakorganen, het gehoor, oogcontact, imitatie en beurtwisselen aanwezig zijn. 

Taal zorgt ervoor dat wij met elkaar contact kunnen hebben, dat wij onze gedachten en gevoelens duidelijk kunnen maken. Wanneer iemand problemen heeft met taal, staat dit een goede communicatie in de weg. Dit kan allerlei gevolgen hebben, zoals gedragsproblemen, sociale isolatie en eenzaamheid. Werken aan taal is dus werken aan een betere communicatie en socialisatie. 

 

De logopedist kan helpen bij taal(ontwikkelings)stoornissen zoals problemen met de woord- en zinsvorming, de woordenschat en taalbegrip. Ook het meertalig opgroeien kan leiden tot taalproblemen.

 

Lees- en schrijfstoornissen (dyslexie) vallen ook onder taalstoornissen.

 

Signalen waar je als ouder op kunt letten bij de taal van je kind: 

  • Je kind begrijpt woorden, zinnen, vragen, opdrachten en/of uitleg niet wat op grond van zijn/haar leeftijd wel verwacht mag worden.
  • Je kind spreekt in losse woorden en/of korte zinnen die niet meer passend zijn bij zijn/haar leeftijd.
  • Je kind lijkt nieuwe woorden, liedjes, versjes en rijmpjes niet gemakkelijk te onthouden.
  • Je kind gebruikt de taal niet of minder in vergelijking met leeftijdgenootjes om contact met anderen te maken.
  • Je kind lijkt het moeilijk te vinden zijn gedachten onder woorden te brengen en/of een kort verhaaltje te vertellen.
  • Je kind haakt af en/of wordt boos en gefrustreerd als hij niet wordt begrepen en/of wil niet opnieuw herhalen.